Another great RocketTheme Joomla Template brought to you by the RocketTheme Joomla Template Club.
IJsland 2010

IJsland,land van water en vuur.

Een vakantie met de camper naar IJsland is niet het eerste waar de meeste mensen aan denken maar toch is IJsland als vakantieland meer en meer een bestemming voor mensen met een camper. De boottocht er naar toe is echter een vrij kostbare en ook tijdrovende zaak. Door het lezen van  verslagen op internet hadden wij kennis genomen van vakanties met de camper op IJsland en dat wekte onze belangstelling. Toen wij in Carvoyage een oproep lazen van Johan en Riny Peeters om met een groepje naar IJsland te gaan hebben we ons snel opgegeven, dat vanwege de kosten van de overtocht iedereen zich later terug trok waardoor de groepsreis werd geannuleerd was voor ons geen reden niet te gaan,ons besluit stond vast:We gaan naar IJsland dit jaar. Uiteindelijk besloten Johan en Riny ook mee te gaan en gingen we met z’n vieren.

 

 

norronaDe veerdienst naar IJsland heet Smyrill Line(www.smyrilline.fo) en vertrekt vanuit Hanstholm in Denemarken, wij boekten een overtocht via Troll Travel(www.trolltravel.com),de kosten voor een camper met 2 personen en overnachtingen in een 4-persoons hut kwamen neer op ongeveer € 2500,-,uiteraard een flinke hap uit het vakantiebudget. De overtocht zelf vertrok op 26 juni met een zgn. stopover op de Faeröer eilanden van twee dagen. De terugreis ving aan op 29 juli en duurt dan ruim twee dagen zodat we op 31 juli weer terug waren op het Europese vaste land.

 

 

Op 25 juni 2010 vertrekken we uit Wervershoof en via Groningen en Hamburg rijden we naar Denemarken waar we op de Camperstop Aabenraa overnachten omdat de camperplaats bij de jachthaven tijdelijk gesloten is. De volgende dag via Kolding en Aarhus naar Hanstholm na wat problemen met de olie van de camper, die achteraf loos bleken te zijn,reden we om kwart voor vijf de boot op. Om 6 uur vaart de Nörronna de haven van Hanstholm uit en de volgende dag om 10 uur s’avonds gaan we in Torshavn, de hoofdstad en haven van de Faeröer ,weer van boord en vinden een overnachtingsplek op een parkeerterrein bij de haven( www.faroeislands.com ) .

 

In de regen gaan we,na eerst nog een garage bezocht tefaeroerkaartje hebben in verband met het olieprobleem van de camper,de Faeröer verkennen. We rijden via weg 50 en 10 naar Saksun waar we een klein historisch museum bezoeken. Daarna via Eidy en weg 69 naar Skali waar we op een camping overnachten. In Syndringota willen we de wolfabriek bezoeken maar die blijkt inmiddels gesloten te zijn,alles ligt er tenminste verlaten bij. We rijden nog naar de uiterste zuidpunt van het eiland Eysturoy, drinken koffie bij Rituvik en via Nes en Toftin  gaan we terug naar Torshavn waar we het historisch museum bezoeken. Dat bestaat uit twee delen ,een openlucht gedeelte en een binnengedeelte. Beiden zijn de moeite waard en geven een goed beeld van het verleden op de eilandengroep( www.fornminni.fo ). Daarna brengen we nog een bezoek aan het fraaie Nordic-house,een expositie- annex concert gebouw in een bijzonder fraaie bouwstijl.

Na een overnachting op de fraai aan zee gelegen camping van Torshavn bezoeken we woensdagtorshavn eerst de binnenstad van Torshavn waarbij vooral het historische deel bij de haven zeer de moeite waard is. Aan het eind van de middag gaan we weer naar de haven voor het tweede deel van onze bootreis naar IJsland. Na weer een rustige overtocht arriveren we daar de volgende morgen om 8 uur waar we na het van boord gaan geconfronteerd worden met het IJslandse weer, regen en mist en later op de dag nog een stormwind er bij.

Vanuit Seydisfjordur,waar de boot aan komt, rijden we door mist en regen over een bergpas waar nog sneeuw ligt naar Egilstadir waar we inkopen gaan doen in de supermarkt. Egilstadir is voor velen het begin van het "rondje IJsland" want je komt hier ook paardenweer langs als je terug gaat naar de boot. Heb je weinig gas aan boord dan kun je hier een extra fles gas huren/kopen,voor vertrek naar de boot kun je hem hier dan weer inleveren. Na nog een bezoek aan de toeristinfo, tanken  en geld pinnen beginnen we onze reis door IJsland, wij gaan met de klok mee dat betekent dat we eerst de zuidkust doen richting het westen. Als eerste stop  bezoeken we het steenmuseum van Petra (www.steinapetra.is) waar een indrukwekkende collectie stenen is verzameld. Jammer dat het plenst van de regen. Na die dag 152 km te hebben gereden overnachten we op een camping in Berunes, het is inmiddels heel slecht weer en de temperatuur daalt in de nacht tot onder de 5 graden, dus de kachel moet aan. Dat belooft wat,een moment denken we:wat doen we hier,maar ja dit is IJsland. De volgendeweg1 dag via weg 1 naar Höfn,het weer is gelukkig wat beter dus we kunnen onderweg veelvuldig stoppen en genieten van het bizarre landschap dat we hier aantreffen. Grote grindvlaktes en lavavelden wisselen elkaar af en af en toe ook iets van begroeiing.  De weg naar het schiereiland Stokness, waar we een zeehondenkolonie wilden gaan bekijken, blijkt geblokkeerd door zandhopen die de storm van gisteren heeft achter gelaten. Ook horen we van andere toeristen dat er campers zijn omgewaaid, gelukkig niet de onze. s’Avonds horen we dat Nederland met 2-1 van Brazilië heeft gewonnen.

In Höfn bezoeken we het gletsjermuseum( www.joklsyning.is ) en de volgende morgen rijden we via weg 1 en een slechte zijweg naar de voet van de Flaajokul gletsjer. Het regent weer maar we krijgen toch een goede indruk van de immense omvang van deze gletsjer en dit is lang niet jokulsarlonde grootste. Daarna bereiken we het Jokulsarlon gletsjermeer( www.jokulsarlon.is ), een werkelijk prachtig gezicht al die grote en kleine stukken ijs te zien ronddrijven in een prachtig blauw meer met op de achtergrond de grote Briedamerkurjokull gletsjer. En de zeehonden zwemmen er rustig tussendoor. Aan het eind van de middag, als de regen wat minder wordt, maken we een boottocht over het meer,koud maar zeer de moeite waard. We besluiten op een parkeerplaats aan het meer vrij te overnachten, echt een prachtig mooie plaats. Als het s’avonds droog wordt maken we nog een heerlijke wandeling langs een gedeelte van het meer. We maken hier, met een mooie zonsondergang,(veel te) veel foto’s,maar ieder moment verandert de lichtinval en dat geeft weer een nieuw fotogeniek plaatje. Dit is gewoon heel mooi.turfkerkje

De volgende morgen vervolgen we onze reis over weg 1, stoppen veelvuldig om rond te kijken en bezoeken in Nupstadur een piepklein turfkerkje. In Vik overnachten we op de camping en vinden we zowel tegen de rotsen als bij het strand heel veel broedende vogels. Vooral de noordse sterns broeden werkelijk overal en in grote getale, soms heel dicht bij de weg en bij gebouwen. Bij een wandeling door zo’n kolonie moet je wel iets op je hoofd zetten want ze duiken dreigend op je af en raken je hoofd soms aan. Ook proberen ze uitwerpselen op je te papegaaiduikersdeponeren om je bang te maken.

De volgende morgen rijden we naar de vogelrots Dyrholaey waar we de koddige papegaaiduikers aantreffen. Leuke vogels om te zien en zeer fotogeniek. Ook andere vogels ,zoals alken,meeuwen en diverse soorten eenden,vooral eidereenden, tref je hier enskogafoss elders langs de kust in grote getale aan.  Verderop langs weg 1 vinden we de bekende Skogafoss waterval en bezoeken het Skogar Volksmuseum ( www.skogasafn.is) een zeer uitgereid en bezienswaardig binnen- en buitenmuseum. In het bijbehorende kerkje speelt Nely een stukje op het orgel en dat brengt ons in contact met landgenoten uit Barneveld. Later zullen we hen nog eens tegen komen. Zij reizen met een huurauto rond en overnachten in hotels e.d.,iets wat veel toeristen doen. In Hvolsvöller overnachten we op de kleine camping.

grindvlaktesWe gaan nu meer het binnenland in en worden geconfronteerd met de IJslandse gravelwegen, vooral de weg naar de historische boerderij Stöng blijkt op sommige plaatsen heel slecht te zijn. Moeilijk om alle serviesgoed op zijn plaats en heel te houden in de camper. De overkapte opgravingen omvatten de fundering van een boerderij uit de Sagatijd, die lange tijd begraven heeft gelegen onder as en puimsteen van de Hekla uitbarsting van 1104. Pas in 1939 is dit opgegraven. Via Fludir en weg 32 rijden we naar Geysir waar we natuurlijk de spuitende geiser gaan bewonderen. Er staat inmiddels wel een harde wind, dit geeft hilarischestrokkur voorvallen als mensen aan de benedenwindse kant van de geiser gaan staan. Iedere 4-8 minuten spuit de geiser Strokkur een flinke straal kokend heet water zo’n 10-20 meter hoog de lucht in en bezorgt deze mensen prompt een nat pak, tot groot vermaak van alle andere toeschouwers. De Strokkur is onderdeel van een groot geothermisch veld wat hier is gelegen en wat merkbaar is aan de vele aanwezige pruttelpotten en stoomspuiters uit de grond en de bijbehorende (rotte eieren)lucht. Via Pingvellir (www.thingvellir.is),waar we de kloof in de aarde blue lagoonbekijken,en Sellfoss rijden we de volgende dag naar Eyrarbakki waar we weer terug zijn aan de kust. De volgende morgen bezoeken we in Krusivik weer zo’n geothermisch veld ,hier is echter geen geiser bij. Naar Grindavik moeten we een flink gedeelte over gravelwegen rijden en dat doen we rustig aan want anders hebben we het gevoel dat de hele camper uit elkaar rammelt. Bij Grindavik is de bekende Blue Lagoon(www.bluelagoon.com), een groot natuurbad met heerlijk warm water van een opvallende lichte kleur, die wordt veroorzaakt door de witte klei die je hier vindt. Je daarmee insmeren schijnt heel goed te zijn voor je huid. Uiteraard gaan we een tijdje heerlijk in het warme water liggen. De Blue Lagoon is heel modern van opzet met perfecte kleed- en doucheaccommodaties en bijbehorende restaurant- en winkelvoorzieningen. Het is er ook vrij druk maar er is ruimte genoeg,zowel op hetgardur parkeerterrein als in het bad. In Grindavik overnachten we op de nieuwe en goed geoutilleerde camping.

Via weg 425 rijden we de volgende morgen naar Reykjanesta, de uiterste zuidwestpunt van het schiereiland Reykjanis.(www.reykjanes.is) Ook daar is weer zo’n geothermisch veld ,hier hebben ze fabrieken gebouwd om de gratis aanwezige energie te kunnen benutten. Via de kustweg rijden we langs het schiereiland noordwaarts en bezoeken in Hvalsnes nog een heel leuk kerkje, de sleutel krijgen we van de beheerster die toevallig op het bijbehorende kerkhof aan het werk is. Via Gardur en Keflavik, waar we het Duushus (www.batasafn.is) bezoeken,een museum met een uitgebreide maritieme afdeling, rijden we naar Reykjavik, de hoofdstad van IJsland, waar wehallgrimskerk perlanop de camping een plaats vinden. Het is duidelijk dat we nu in de dichtstbevolkte streek van IJsland zijn, hier zijn dubbelbaans wegen, stoplichten ,rotondes en het bijbehorende verkeer. De volgende morgen gaan we met de bus naar het centrum maar dat bevalt slecht. We moeten heel lang op de bus wachten en de chauffeur is met het verkeerde been uit bed gestapt. Uiteindelijk stappen we maar op goed geluk ergens uit. We bezoeken eerst de opvallende Hallgrimskerk en op de toren hebben we een mooi uitzicht over de stad. In het centrum bij de haven bezoeken we hierna het moderne Art-museum en de rommelmarkt ,een soort Beverwijkse bazaar maar dan veel kleiner. Omdat het inmiddels weer is gaan regenen kopen we een paraplu en gaan terug naar de camping. De volgende dag gaan we met de camper de stad in want Reykjavik heeft ruime straten en overal parkeergelegenheid in overvloed. We bezoeken het “Vikingschip” bij de haven, het Nationaal Museum en het Perlan, een opvallend gebouw op een heuvel. Vandaag gelukkig droog en zelfs zonnig en dat maakt het een stuk aangenamer. Na nog wat in en rond de stad te hebben rondgereden vinden we het welletjes, voor ons gevoel hebben we een goede indruk van de hoofdstad van IJsland gekregen.

trollarnastapiWe verlaten Reykjavik en gaan via weg 1 op weg naar het noordwesten van IJsland,hier zullen we weer uitgebreid kennis maken met de gravelwegen van IJsland, maar ook met prachtige stukken natuur en veel fjorden. Bij Akranes nemen we de toltunnel die onder de fjord door gaat en op het diepste punt 165 meter onder het wateroppervlak ligt. Bij het verlaten van de tunnel verwachten we het tolhuis langs de rechter rijbaan, het blijkt echter links te staan, heel onlogisch. De rechter rijbaan is voor automatische betaling via fotoherkenning. Wij worden gefotografeerd en kunnen gewoon door rijden, ben benieuwd of we daar ooit nog wat van horen. Via Borgarnes en weg 54(groot gedeelte gravel) strijken we s’avonds neer op een camping in Arnastapi. s’Avonds wandelen we hier langs de fraaie rotskust en vinden daar weer heel veel vogels, ondermeer veel noordse sterns. Nely krijgt een flinke portie uitwerpselen op haar jack en moet s’avonds dus nog aan de was.Er staat ook een opvallend stenen monument voorstellende Bardur,een grote trol die hier ooit geleefd zou hebben.

rotskustVia de geasfalteerde weg 54 ,die na Stykkisholmus over gaat in gravel , rijden we naar Laugar waar aan de drukte op de camping is te merken dat ook op IJsland het vakantieseizoen is begonnen. De IJslanders gaan, weer of geen weer,massaal barbecueën op de camping,vaak dikke kleding en wanten aan en warme mutsen op. Omdat het hier niet donker wordt gaat dat soms door tot laat in de nacht, ook de kinderen lopen vaak nog laat over de camping te rennen. Stilte na 10 uur s'avonds kennen ze hier niet,het lijkt wel of ze moeten compenseren dat het hier in de winter twee maanden donker is. Bij de camping ligt een gratis warm bad dat wordt gevoed door een hete bron, waar ook de camping en het bijbehorende hotel hun warme water uit putten. Gratis. Via weg 60 rijden we de volgende morgen verder het noordwestelijk fjordengebied in en krijgen in fjallfosshet laatste stuk voor Flokalundur, waar we overnachten, te maken met heel slechte stukken gravelweg. Het vervolg de volgende dag tot aan Pingeyri is helemaal gravel en we doen het deze dag rustig aan. Onderweg stoppen we regelmatig, onder meer om de prachtige waterval Fjallfoss te bezoeken en om in de nog steeds aanwezige sneeuw te kunnen lopen. s’Avonds gaan we in Pingeyri in het pizzarestaurant lekker uit eten, een keertje niet koken hebben we wel verdiend vinden we zelf.

 

Via een 8,5 km lange tunnel rijden we de volgende dag naar Isafjordur, waar we bij de supermarkt onze boodschappen doen, het visserij- annex volksmuseum bezoeken en waar we een ,vooral van binnen,opvallende kerk bezoeken. In de kerk bevinden zich tegen de muur achter het altaar allemaal vogels,gemaakt van klei, die als het ware als een grote zwerm de kerk invliegen. Iedere parochiaan heeft één vogel gemaakt en dat is middels een fotoreportage in de kerk uitgebeeld. Leuk idee. Hierna rijden we een lange route langs vele fjorden om op de camping in Reykjanes te overnachten, waar ook weer een hete bron voor het warme water ,zowel in het hotel en het bijbehorende zwembad als op de camping,zorgt. In Holmavik bezoeken we het heksenmuseum, het schijnt dat hekserij hier vroeger veelvuldig voor kwam. Het kon ons niet zo boeien, de naastgelegen handwerkshop, waar uit hout leuke vogels werden gesneden en beschilderd, vonden wij interessanter. In Blonduos vinden we een fraai textielmuseum waar, vanwege het plaatselijke festival, gratis koffie met iets er bij wordt geserveerd. We rijden nu weer volledig over geasfalteerde wegen en dat is toch wel erg prettig.

 

Na de overnachting In Blonduos rijden we over weg 1 tot Varmahlidglaumbaer en gaan dan linksaf de 75 op om in Glaumbar (www.glaumbaer.is) museum en kerkje te bezoeken waarna we via een fraaie route ,waarbij we onderweg een walvis waar nemen, in Siglufjordur neerstrijken, de camping is gratis en midden in het dorp gesitueerd en zelfs voor het gebruik van de wasmachine hoeven we niet te betalen, zeer gastvrij. Er wordt hier flink wat vis aangevoerd en dat gaat er niet erg zachtzinnig aan toe. De volgende dag is het 20 juli en gedenken we onze trouwdag. In Dalvik bezoeken we het Hvoll museum deels gewijd aan Johannn Petursson,ooit de langste man met zijn 2.34 meter. In Akureyri, waar we overnachtten,bezoeken we het Volksmuseum en het naastgelegen Nonna huis, gewijd aan Jon Sveinsson, de schrijver van de Nonni–boeken. Ook de opvallende kerk vereren we met een bezoek. Via weg 1 rijden we vervolgens naar Reykjalid in het Myvatngebied, waar veel geothermische activiteiten stoomonze aandacht vragen. We bezoeken de Krafla krachtcentrale, die geheel op de geothermische bronnen “loopt”,we beklimmen de grote krater Hverfell en we wandelen rond de Viti krater. Een indrukwekkend en bezienswaardig gebied waar de stoom en het kokende water zomaar de grond uit komt.

Na Myvatn rijden we een stukje terug over weg 1 waarna we het laatste stuk IJsland,het noordoosten en oosten gaan doen. In Husavik is het een drukte van jewelste rond de walvissafaris, wij doen geen safari maar bezoeken wel het zeer merkwaardige phallological museum(www.phallus.is) waar alles draait om de fallussen van zowel dieren als vissen in alle soorten en maten. Merkwaardig maar ook wel enigszins onsmakelijk om te zien al die gedroogde of op sterk waterhusavik staande “ gevallen”. In Kopasker vinden we een kleine en rustige camping nadat we de camping van Asbirgy als veel te druk hebben gepasseerd.camper Met de eigen camper de slechte weg naar de Dettifoss waterval rijden hebben we uit ons hoofd gezet,het wordt ons afgeraden omdat de weg erg slecht is en we hebben al heel veel watervallen gezien. Na Kopasker gaan we naar het noordelijkste punt via weg 85, een gravelweg met, naar later bleek, verraderlijk zachte wegkanten. Bij een manoeuvre om stenen te ontwijken raakten we in de kant en zakte de camper weg. Hij hing angstvallig scheef en we waren bang dat hij om zou vallen. Via hulp van plaatselijke mensen konden we echter na een paar uur opgelucht ademhalen, met een grote shovel werd de camper weer netjes op de weg getrokken. Maar we hadden wel een benauwd uurtje achter de rug. In RaufarhöfnRaufarhöfn hebben we op de goede afloop er een borreltje op gedronken.

 

We hebben nu het noordelijkste deel gehad en gaan langs de oostkust zuidwaarts, onderweg bij Raudanus maken we nog een wandeling langs de fraaie rotskust. Er zitten hier ook weer papegaaiduikers, naast de vele meeuwen en eenden, maar we kunnen ze deze keer niet van dichtbij fotograferen ,jammer. Via Pörshöfn rijden we naar Vopjafjodur (www.vopnaflordarhreppur.is) door een niet bijzonder spectaculair landschap. In Burstafell bezoeken we nog het volksmuseum waarna we, speurend naar rendieren,die hier moeten zitten maar die we niet zien, naar Egilstadir rijden en ons “rondje”IJsland vol maken. We maken nog een ritje in de buurt ,waarbij we de Hengifoss waterval bezoeken,geven de camper een flinke wasbeurt in één van de gratis wasplaatsen die hier zijn, en gaan, deels door dichte mist naar Seydisfjordur waar we op de boot gaan. Via een voorspoedige overtocht, waarbij we meer dan twee etmalen aan boord zitten, varen we terug naar Hanstholm waarbij we onderweg nog dolfijnen zien.

Terug zitten we meer dan 2 etmalen non stop aan boord en dat is toch wel een hele zit. We kunnen niet in de camper en slapen in een hut. Maar omdat het hoogseizoen is is het behoorlijk druk op de boot en er is slechts weinig vermaak, slechts de kinderen worden redelijk bezig gehouden door een klein animatieteam. En lekker op dek in de zon zitten is er in dit gedeelte van de wereld niet bij want daar is het gewoon te koud en te guur voor.

 

De wegen op IJsland zijn ,met uitzondering van de rondweg, weg nr.1 ,vaak niet geasfalteerdgravelbord dus moet er redelijk veel over gravelwegen gereden worden. Men is overigens wel druk doende met het asfalteren van wegen maar totaal reden wij toch meer dan 500 km over gravelwegen en dat is soms een behoorlijke belasting voor mens en camper. Sommige stukken waren heel slecht en konden slechts stapvoetsrijdend genomen worden. Wij maakten voor het overnachten gebruik van campings middels de aangeschafte Camping Card 2010,(www.campingcard.is) van alle overnachtingen waren er 20 op daarbij aangesloten campings en de kaart kostte ons € 99,- .Het aantal campings dat de campingcard accepteert bedraagt nu 40 maar het breidt zich gestadig uit. Overigens is vrij overnachten op vele plaatsen heel goed mogelijk. In het Duitstalige boekje "Mit dem wohnmobil nach Island" (verkrijgbaar via www.reisboekhandel.nl ) staan heel veel mooie plaatsen beschreven.

 

Als reisgids gebruikten wij "IJSLAND" van Willem van Blijderveen uitgegeven in de Dominicusreeks (www.dominicus.info),hierin is een zeer uitgebreide beschrijving van alle bezienswaardigheden te vinden evenals mogelijkheden voor wandeltochten.

 

Het weer op IJsland kan zeer grillig zijn, het is geen land voor een zon-of strandvakantie. De gemiddelde temperatuur lag in de maand juli dat wij er waren tussen 10 en 15 oC met uitschieters naar boven en naar beneden. Als de temperatuur boven de 20 graden komt spreken de IJslanders van een hittegolf.

 

De Faeröer zijn een eilandengroep, gelegen in de driehoek Schotland-Noorwegen-IJsland in het hart van de golfstroom in de Noord-Atlantische Oceaan op 62 ° 00 'NB, ten noordwesten van Schotland en halverwege tussen IJsland en Noorwegen.
De archipel vormt een autonoom gebied binnen het Koninkrijk Denemarken. De naam Faeröer betekent 'schapeneilanden' (Deens: Får betekent: schaap; Oer: eilanden). Er wonen 48,856 (2009) mensen, van wie veel in de hoofdstad Tórshavn.
De archipel bestaat uit 18 eilanden, waarvan 17 Bewoond, en is 113 km lang en 75 km breed, ongeveer in de vorm van een pijlpunt.

De hoogste berg is 882 m boven de zeespiegel en De gemiddelde hoogte boven de zeespiegel voor het land is 300 m.

 

 

De hoofdstad Tórshavn, met 13.200 inwoners, ligt op het grootste eiland, Streymoy. Dit eiland is met een brug verbonden met het op een na grootste eiland, Eysturoy. Een andere wat grotere plaats is Klaksvik op Borðoy met 4664 inwoners.

Vanaf Borðoy loopt een dam naar zowel Viðoy als Kunoy. Deze drie eilanden vormen samen met Kalsoy, Svínoy en Fugloy de Noordereilanden.Op het eiland Vágar ligt het enige vliegveld van de Faeröer, de luchthaven Vágar. Vroeger moesten luchtreizigers, die naar Tórshavn wilden, een overtocht per veerboot maken, maar sinds in 2002 de Vágartunnel werd voltooid is er een rechtstreekse wegverbinding.

Het meest westelijke eiland Mykines is beroemd om zijn populatie papegaaiduikers. De hele archipel heeft overigens een rijk vogelleven: de steile, rotsachtige kust maakt de nesten onbereikbaar voor vijanden.

 

 

IJsland.
De wieg van de IJslandse bevolking stond in het Noorwegen van de 9e eeuw. (nog te zien aan de vlag). IJsland stond onder Noors bestuur tot 1397. Toen Kwam het onder Deens bestuur en door het sluiten van een Personele Unie met Denemarken IJsland Werd in 1918 Nagenoeg geheel zelfstandig. In de Tweede Wereldoorlog Werd Denemarken bezet door de Duitsers. Uit angst bezetten de Britten Toen IJsland en in 1941 Werd dit afgewisseld door de Amerikanen. Op 17 juni 1944 Werd officieel de IJslandse republiek uitgeroepen.ijslandkaart

 


IJsland is geen lid van de EU (aangevraagd 17 juli 2009) maar wel, zij het met voorwaarden, een Schengenland.
Typisch IJslands is het ontbreken van de achternaam zoals wij die kennen. Bijna iedereen heeft als achternaam de voornaam van hun vader met het achtervoegsel zoon (zoon) van of dóttir (dochter). Jón, de zoon van Gustav Peterson, staat dus ingeschreven als Jón Gustavson. Zijn zus Gerður als Gerður Gustavdóttir. Als ze trouwt, houdt ze haar eigen naam. In een IJslands gezin kunnen dus vier verschillende achternamen voorkomen.

Landschap.

 

Doordat IJsland geologisch erg jong is en door de aanzienlijke hoeveelheid neerslag en smeltwater zijn er diverse watervallen. Dynjandi, Gullfoss, Hraunfossar, Dettifoss, Svartifoss, Hengifoss, Skógafoss, Litlanesfoss, Háifoss en Dynkur zijn de 10 belangrijkste.

 

Geologische gegevens:

Oppervlakte: 103.000 km2 (dit is bijna 2,5 keer zo groot als Nederland)

Gecultiveerd: 24.000 km2

Grasland: 20.000 km2

Gletsjers: 12.000 km2

Meren: 3.000 km2

Kustlijn: 4.970 km

Lavavelden: 11.000 km2

Zandvlakten: 4.000 km2

Overig ongebruikt land: 29.000 km2

Slechts een kwart van IJsland is blijvend begroeid. Het meest kenmerkende is het bijna geheel ontbreken van echte bossen.

IJsland is 2,5 maal zo groot als Nederland.

 

Bevolking.

Aantal inwoners ca. 325.000. Hiervan woont ongeveer de helft in Reykjavik en omgeving. Dit betekent dat IJsland dun bevolkt is met ruim 2,8 inwoners per km2. (Nederland 488 inwoners per km2)


Munteenheid IJsland.

 De munteenheid is de IJslandse kroon (Kronur, IsKr, steeds vaker afgekort tot ISK). 1 ISK = 100 Aurar. Er zijn munten in omloop van 1,5,10 en 50 kroon en biljetten van 100,500,1000 en 5000 Kroon. De aururmunten zijn nauwelijks nog in omloop.

 

De btw is 24,5% en 14%.

 

Taal.

 

Op IJsland spreekt men een eigen taal, het IJslands, een taal die door de Vikingen is meegebracht. Een 2de taal is de Engelse taal.


Verkeer.

 

IJsland heeft een goede infrastructuur. Bijna alle wegen op IJsland zijn genummerd. Deze nummers zijn terug te vinden op de wegenkaart en op de uitstekende bewegwijzering. De ringweg, die, met uitzondering van het noorden, globaal de kust volgt, is de belangrijkste weg en heeft dan ook nummer 1. Deze weg is 1339 kilometer lang en grotendeels geasfalteerd . Andere wegen hebben een nummer van twee of van drie cijfers. Dit zijn steenslagwegen, Meestal, afhankelijk van de weersomstandigheden, droog, stoffig en modderig. De wegen in het onbewoonde binnenland hebben als onderscheiding de letter F (Fjallvegur = Bergweg) voor het wegnummer staan (bijv. wegnummer F26). Deze wegen zijn niet geasfalteerd en maar enkele maanden per jaar toegankelijk. Bovendien zijn rivieren lang niet altijd voorzien van bruggen: U moet dan met uw voertuig de rivier door. Een auto met 4-wiel aandrijving en een flinke bodemvrijheid is hier onontbeerlijk. Het is bij wet verboden u met een voertuig buiten de paden en wegen te begeven en off-road te rijden. De bermen kunnen verraderlijk zacht zijn en bruggen erg smal.

 

Het openbaar vervoer gaat voornamelijk met bussen. IJsland heeft geen spoorwegnet.

 

 

 
>>